maandag 16 januari 2017

Kransen die blijven

 
Het is natuurlijk prachtig om kransen van dennentakken of verse bloemen in huis te hebben, maar die verwelken en moeten dan weer ververst worden. Daarom is het ook fijn een paar kransen te maken die niet zo snel lelijk worden.
 
 
Ik heb er drie; een van judaspenning, een herfstkrans van bosvondsten en een van calocepahlus, een plantje met grijze, takachtige blaadjes, dat je nu in elke bloemenwinkel ziet.
 

Het kransje van judaspenning is lekker luchtig. Ik heb de judaspenning van het najaar geoogst. Het is echt een Zen-werkje om de groene omhulsels van de blaadjes af te halen zodat het zilver van de judaspenning tevoorschijnkomt. De basis is een krans van gevlochten rotan.
  
 
 De herfstkrans is gemaakt op een strokrans met het lijmpistool. Als basis koos ik zeven sparrenappels en daaromheen plakte ik dennenappels, eikels, eikelhoedjes, beukennootjes, takjes en lariksappeltjes. Een zware jongen op die manier...
 
En de krans van calocephalus heb ik
op een rieten krans gemaakt. De takjes zijn met binddraad om de krans gevlochten.




 

Verder zijn er natuurlijk legio mogelijkheden met droogbloemen, dus dat wordt van de zomer plukken en hangen; lavendel bijvoorbeeld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen